Posts tonen met het label toevluchtsoord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toevluchtsoord. Alle posts tonen

woensdag 24 mei 2023

Wat zouden we moeten zonder die toevlucht?

 

  


Gelukkig, mijn artikel over het Inloophuis de Vijverhoek aan de Lage Vijverweg in Krimpen aan den IJssel, werd geplaatst op blz 23 van de regionelle krant Het Kontakt.

Waarom ik dat zo belangrijk vind? Omdat dat Inloophuis een fantastisch toevluchtsoord voor (ex-)kankerpatiënten, hun mantelzorgers en nabestaanden is. Wordt er daar alsmaar gehuild en geklaagd over onze ziekte, nee, zeker niet. We lachen daar juist heel wat af en mocht er iemand eens logischerwijs willen uithuilen, dan weet die persoon zich onmiddellijk gesterkt door de rest van de groep en nog belangrijker, die ziet vaak binnen no time het zonnetje weer schijnen,

Eerst had ik mij aangemeld bij een Ondersteuningscentrum in diezelfde stad, maar dat werd meer een koude douche. Die vrijwilligers aldaar waren meer bezig met zichzelf dan met hun gasten en dus besloten ik en een andere gast onze toevlucht te zoeken in de Vijverhoek.Dat werd al gauw een openbaring en we voelden ons er meteen thuis. Wat ik erg belangrijk vind is, dat we daar zo ontzettend kunnen lachen met elkaar en we onze ziekte over het algemeen te kijk zetten met een grote dosis humor.
Verlies je in het dagelijks leven vaak veel goede vrienden door je ziekte en weet je vaak niet waar je terecht kan met van tijd tot tijd opdoemende radeloosheid, in de Vijverhoek sluit je vriendschappen voor het leven. Je vecht allemaal samen tegen dezelfde vijand en dus weet je exact wat er in elkaar omgaat.
Ik verheug me elke week weer op de dinsdag, de dag dat ik er weer naar toe kan om na afloop weer opgeladen naar huis terug te kunnen keren. Het Inloophuis wordt door een team van zes vrijwilligsters gerund en dat zij het vanuit hun hart doen, blijkt wel uit de warme sfeer die ze elke keer weer weten te creëren voor hun gasten. Met veel geduld bieden ze ook altijd een luisterend oor voor wie even 1 op 1 wil uithuilen

Het steekt me wel dat het Ondersteuningscentrum aan alle kanten geholpen wordt door grote donaties van o.a. het KWF, AH en de Jumbo en dat de Vijverhoek het maar financieel moet zien te rooien met de weinige donaties die zij weten te bemachtigen.
Ik heb al eens voorgesteld dat ze maar een euro of zo voor de koffie en thee moeten vragen, maar daar willen ze niets van weten. Ze willen dat geld geen eventuele belemmering mag worden voor mensen die dat niet kunnen missen.
          
Voor de van tijd tot tijd georganiseerde lunches mochten ze altijd met korting inkopen doen bij de Jumbo, maar ook dat schijnt nu afgesnoept te zijn door het Ondersteuningscentrum en die korting is dus voor de Vijverhoek ook al ingetrokken. De Jumbo kwam met de smoes dat ze het financieel zo moeilijk hebben nu (nou moe, al die supermarkten hebben zich tijdens de coronatijd als enige winkels die toen open mochten flink kunnen verrijken). Al gauw kwam echter de aap uit de mouw, ze hadden een grote donatie gedaan aan het Ondersteuningscentrum (alsof die nog niet genoeg geld krijgen!).

Ik vind dat heel verdrietig voor die vrijwilligsters van de Vijverhoek, die met hart en ziel hun Inloophuis overeind proberen te houden.
Promoten, zij zijn daar niet zo goed in, dus probeer ik als gast op bescheiden wijze mijn steentje bij te dragen door regelmatig het Inloophuis wat bekendheid te geven.

Afgelopen dinsdag hadden we weer een gezellige lunch. Zonder korting dus van de Jumbo, maar toch waren de vrijwilligsters erin geslaagd de lunch ook deze keer weer tot een groot succes te maken.

 


Inloophuis de Vijverhoek, wat zouden ik en de andere gasten moeten zonder dat toevluchtsoord


maandag 15 december 2014



HET KLEINE KAMERTJE

Ik denk opeens terug aan het kleine kamertje in ons oude huis in het centrum van Rotterdam.

Dat kleine kamertje dat fungeerde als opvanghuis en toevluchtsoord voor een ieder die even nergens anders terecht kon. Zoveel mensen hebben mijn kinderogen daar gehuisvest gezien, voor korte of voor lange tijd, met allemaal een eigen verhaal.
Mijn moeders hart was groot. Zij had weliswaar een hard en liefdeloos leven achter zich, maar dat had haar geenszins verbitterd gemaakt. In tegendeel, zij had daarom des temeer te doen met mensen die het moeilijk hadden. Velen wisten dan ook de weg naar haar te vinden, wanneer ze even geen andere uitweg meer zagen. Het kwam niet in mijn moeder op ook maar 1 cent te vragen voor die huisvesting, voeding en andere onderhoudskosten, terwijl we het zelf toch verre van rijk hadden en een extra centje zeker goed hadden kunnen gebruiken.

Ik herinner mij een tante Betty, die vaak door problemen met haar man toevlucht zocht in dat kleine kamertje. Ze werkte in een klein café, waar ik haar tegen etenstijd altijd een pannetje warm eten moest brengen van mijn moeder. Kwam ik dat café binnen, dan riep tante Betty steevast ‘niet opzij kijken, maar regelrecht naar mij toe komen, meissie’. En waagde een man het een blik naar mij te werpen, dan hoorde ik haar hem bits toewerpen ‘voor je kijken, niet naar dat kind’.

Wanneer ze ’s avonds van haar werk kwam, dan gooide ze haar tas ondersteboven op haar schoot om al die muntstukken te tellen, die ze als fooi gekregen had. Soms bleef ze een week, soms korter of langer, maar dat lag eraan hoe gauw zij en haar man hun twist weer bijlegden.

Eens had ze na een ruzie uit pure frustratie een vaas op haar mans hoofd stukgeslagen toen hij lag te slapen, waarna ze voor langere tijd weer bezit nam van ons kleine kamertje.

Meer dan een jaar hebben we ook een tante Marijke met een baby van een paar maanden oud in huis gehad, omdat zij voortdurend mishandeld werd door haar man. In die tijd was er nog geen sprake van blijf-van-mijn-lijfhuizen en dus bood mijn moeder haar een toevlucht in het kleine kamertje. Ik weet nog hoe haar man op een gegeven moment erachter was gekomen waar zij verbleef en op een nacht met een vriend verhaal kwam halen. Hij trapte onze deur in en dreigde mij en mijn zus te ontvoeren als zij niet meteen mee naar huis kwam.

Mijn moedertje van net 1.50 meter lang toonde zich zo dapper, haalde de grote bezem uit ons kelderhok en wist hem en zijn vriend daarmee onder hels kabaal de trap af te jagen. Ik heb nog nooit mannen zo hard een trap af zien rennen.

Na tante Marijke besloot mijn moeder een advertentie te zetten voor een huurster, want we konden een extra centje hard gebruiken. Er kwam een vrouw met een lange vlecht op af, die wij tante Lot noemden. Het was een vreemde, introverte vrouw en al gauw bleek dat zij geen cent bezat en dus al helemaal niet de kamerhuur kon betalen. Mijn moeder had het hart niet haar op straat te zetten en zo bleef tante Lot nog lange tijd bij ons.  Zij negeerde mijn zus en mij echter volkomen en we kregen zelfs geen antwoord als we haar wat vroegen. Mijn moeder vroeg haar waarom ze zo deed tegen mij en mijn zus en ze antwoordde toen doodleuk dat ze niet van kinderen hield.

Mijn moeder zei haar dat wij haar kinderen waren en zij bij ons in huis was en dat ze dus maar genoegen had te nemen met ons. Het zou echter niets veranderen aan de situatie. Gelukkig verdween ze niet veel later na dat incident zo plotseling als ze gekomen was en met de Noorderzon.

Het was een voortdurend komen en gaan van nog heel wat mensen in dat kleine kamertje en als het had kunnen praten, dan zou het heel wat boeiende verhalen te vertellen hebben gehad.

Het oude huis bestaat niet meer, is gesloopt en haar plek is ingenomen door een koud uitziend flatgebouw.  Het kleine kamertje is alleen nog maar een van de vele herinneringen  aan een buurt waar ik van meisje werd tot vrouw.

En mijn moeder, zij is er helaas ook niet meer. In 2009 stierf ze tot mijn grote verdriet door medisch geblunder in het ziekenhuis. Het doet me nog altijd pijn, dat al die mensen die bij haar een liefdevolle toevlucht vonden, nooit en te nimmer haar ook maar iets hebben laten blijken van al was het maar een klein beetje waardering. Zoals ze gekomen waren, verdwenen ze weer, bijna geruisloos eigenlijk, om nooit meer wat te laten horen.

Mijn moeder, zij was een kleine moeder Teresa, die nooit iets terugvroeg, maar het zo gewoon vond klaar te staan voor een ieder die hulp nodig had. Altijd liet ze anderen voorgaan, vroeg nooit iets voor zichzelf en stond zelf altijd als laatste ergens in een rij.

O ja, zeker weten, zij was onze kleine moeder Teresa!