vrijdag 29 juni 2018

Zo dicht bij de dood


Vrijdag, 28 juni 2018

Alsof ik reeds voorvoelde dat het gruwelijk mis zou gaan, nooit eerder was ik zo bang voor een operatie als voor deze keer. Mijn hele lichaam en geest verzette zich tegen wat komen zou. Maar het operatieteam wist mij uiteindelijk toch te kalmeren en rustig te laten inslapen.

Na de operatie ben ik geen moment echt goed wakker geweest. Ik was voortdurend versuft en in een andere dimensie, moest steeds maar overgeven en hield niets binnen. Mijn lichaam voelde zo zwak dat ik niet in staat was maar iets te pakken, alleen al het kijken naar iets putte me uit en ik wilde alleen nog maar slapen. Regelmatig hoorde ik mijn naam roepen en dat ik mijn ogen moest opendoen, maar het leek alsof ze zaten vastgeplakt, ik kreeg ze gewoonweg niet open.

De volgende dag verslechterde mijn toestand al gauw en op de derde dag leek het alsof ik in een andere dimensie was beland. Voor ik het wist lag ik op de IC en in de verte hoorde ik de artsen zeggen dat ik een spoedoperatie moest ondergaan. Ik schudde heftig van nee en weigerde nog welke ingreep dan ook, ik kon het gewoonweg niet meer aan. De dokter zei dat het mijn enige kans was op overleving, omdat de middelste longkwab was gaan instorten en bezig was mijn bloedbanen te doorsnijden en dat ik het anders niet zou redden. Ik wilde alleen maar rust, niet meer hoeven vechten, nooit meer hoeven vechten, gewoon alleen maar rust van dit leven dat ik als 1 lang rampscenario heb beleefd.
Toen opeens hoorde ik gesnik en een smeken ‘Ingrid alsjeblieft, alsjeblieft, je moet het doen, je moet het laten doen, we willen je niet kwijt’. De dokter had de telefoon aan mijn oor gelegd en ket was Roos, mijn jongere zusje die mij uiteindelijk deed zwichten voor haar smeekbedes.. Daarna weet ik niets meer en de dagen daarna zijn onbewust en als in een trance aan me voorbijgegaan. Na de verwijdering van de tweede longkwab bleek ik ook nog longontsteking te hebben opgelopen en was het alsnog vechten voor mijn leven.         
Nadat ik dat alles had overwonnen bleek ik in het Erasmus MC in de uitslaapkamer naast een man met een bacterie te hebben gelegen en dus lig ik al 10 dagen in isolatie en mag iedereen alleen met handschoenen en in blauw pak bij me komen. Dat kon er ook nog wel bij. Tot nu toe zijn alle kweekjes negatief gebleken en mijn longarts verwacht dat ook de komende uitslagen negatief zullen zijn en ik dus niet besmet ben geraakt met die bacterie. Maar ja, het protocol schrijft voor dat er zoveel dagen elke dag een kweek moet worden gedaan en mijn geduld begint nu ook aardig op te raken. Wat een vette pech allemaal, ik ben en blijf ook een eeuwige pechvogel!      Maar goed, ik ben er nog en de artsen hebben gezegd versteld te staan van hoeveel vechtlust er in mijn kleine lijf zit. Drie zware operaties in korte tijd doorstaan en nog een longontsteking ook en ik ga al alleen naar het toilet en kan alweer wat lopen, al is het dan met een rollator.  
Hoe ziek ik ben geweest en hoeveel ondraaglijke pijn ik heb geleden, het is niet meer om ooit nog aan terug te denken en ik ben er nog lang niet. Mijn lichaam is nog erg verzwakt en ik krijg nog steeds eiwitrijke bijvoeding en dus mocht ik tot mijn grote verdriet ook nog niet naar huis van mijn longarts, maar ben ik gisteren naar een revalidatiekliniek in Gouda overgebracht. Hier proberen ze weer een beetje mens van me te maken en me klaar te stomen voor de komende chemokuren en bestralingen. Helaas heb ik nog steeds niet mijn stem terug na de eerste lymfeklieroperatie en het is de vraag of die nog wel terug zal komen. De zenuwbaan van mijn stembanden is waarschijnlijk geraakt en daardoor kan ik nu alleen nog hees praten, verslik ik me vaak en hakkel ik soms opeens op een woord, wat zeer frustrerend kan zijn.

In mijn zware strijd naar overleving heb ik wel ontroerd waargenomen hoeveel lieve mensen ik eigenlijk in mijn leven heb. Zelfs mensen waar ik het nooit van had verwacht, hebben zoveel voor me betekend en spelen nog steeds een onbetaalbare rol gedurende mijn ziekbed.  Zij weten mij steeds te stimuleren niet op te geven, te blijven vechten en het is dankzij hen dat ik de strijd  nu nog niet heb opgegeven.

En Colin en Trijnie? Zij zijn vrienden voor het leven geworden. Een onbetaalbaar duo dat zoveel voor me doet, zorgt voor mijn schone kleding, mij dagelijks opzoekt, mij troost wanneer ik het even niet meer zie zitten, die er steeds zijn wanneer ik iemand nodig heb. Onvermoeibaar en met liefde staan ze steeds klaar en als ik ze een attentie geef of een financiĆ«le vergoeding wil geven, dan is het bijna ruzie geblazen. Doodleuk zeggen ze dan dat ze geld zat hebben en niks nodig en dat ze alles uit liefde doen. Maar voor mij is het ook uit een liefdevol hart ze toch eens op mijn manier te mogen belonen. Wist niet dat er nog zulke gouden mensen bestonden en ik ken ze nog maar net een jaar, sinds mijn verhuizing naar Schoonhoven. En nog meer bewoners die op bezoek komen, van zich laten horen, kaartjes sturen, teveel om op te noemen. En dan mijn vrienden, die echte vrienden blijken te zijn. Die er nu ook voor me zijn, die me komen opzoeken, me weer even aan het lachen brengen en mij een welkome afleiding bezorgen. Ze zijn me allemaal zo dierbaar geworden. En nu pas ervaar ik hoe rijk ik daar eigenlijk mee ben. Zij allen en mijn even zo doodzieke zus Suzette maken het waard er nog voor te gaan.

Ik heb nog een hele, lange weg te gaan en natuurlijk heb ik regelmatig mijn inzinkingen en ben ik vaak bang om alles wat nog komen moet. Maar ik heb al zoveel doorstaan in mijn leven en elke dag is er weer eentje om een stapje verder te komen.