vrijdag 18 mei 2018

Wat hebben we misdaan?


Gisteren weer de zoveelste slechte diagnose over de toestand van mijn zus moeten aanhoren. Eigenlijk had ik op dat moment willen wegrennen, me onvindbaar willen verstoppen voor steeds weer al die nieuwe rampspoed.. Deze dagen vraag ik me af wat we ooit zo ernstig misdaan hebben  dat er zo'n ondraaglijk kruis op onze schouders is gelegd. Mijn zus heeft longkanker en bloedkanker tegelijk, ik heb longkanker met uitzaaiingen en we kunnen elkaar nauwelijks tot steun zijn. Mijn gedachten zijn voortdurend bij mijn dierbare zus die ondraaglijke pijnen heeft en zo doodziek is  en ik kan niet eens meer vechten tegen mijn eigen ziekte. Ik heb het zo gehad met het leven. Mijn leven is 1 groot gevecht geweest en toch wist ik altijd weer de moed bijeen te rapen. Maar nu, nu niet meer. Ik ben moe, doodmoe en er is niemand tot wie ik mij kan wenden. Zoals ik negen jaar geleden met heel mijn hart en ziel voor mijn doodzieke moeder heb gebeden, zo heb ik dat ook gedaan voor mijn lieve zus. Maar mijn geloof is gewankeld, ik kan niet meer geloven in een God die zo wreed en genadeloos is. En steeds weer krijgen we er nog een mokerslag bovenop. Gisterenavond keek ik naar de documentaire Ambulance met alle ellende die mensen moesten ondergaan in oorlogsgebied. En ik vroeg mij af welke God een mens kon schapen met zoveel vernietigingsdrang en moordzuchtigheid in zich? En dan nog niet te praten over die mensen die door veel te diepe dalen moeten gaan en zo genadeloos moeten lijden. Welke God kan zo trots zijn op een dergelijke schepping? We hebben een vrije wil gekregen? O ja zeker, een vrije wil, maar kon zo'n God van tevoren al niet inzien dat zijn schepping de verantwoording van dat geschenk van vrije wil nooit zou kunnen dragen?
Ik zie het lijden van mijn zus en ik vraag mij af wat zij ooit misdaan heeft dat zo'n God haar martelt met twee van die wrede ziektes. Ik had mijn eigen ziekte kunnen aanvaarden, maar nee, niet die van haar. Zij is de goedheid zelf, stond met mijn zwager altijd voor anderen klaar, was immer liefdevol en gul naar anderen toe en helaas hebben heel veel mensen daar misbruik van gemaakt. , Zij is net onze moeder, ligt daar maar in dat witte bed en met alles wat ze moet ondergaan komt er geen geweeklaag over haar lippen. Geen klagen, alleen maar verdragen.
Maar ik, ik ben boos, heel boos en voel alleen nog maar leegte en apathie in mezelf. Niet mijn zus verdomme, niet mijn dierbare zus.

Vandaag moet ik weer naar het ziekenhuis voor mezelf, voor weer het zoveelste onderzoek. 'Je moet vechten', zeggen ze, maar ik weet niet eens meer hoe en niet zonder mijn zus. Ik wil  alleen nog maar mijn ogen sluiten, niets meer horen, niets meer zien, gewoon alleen maar niemand zijn. Ik kijk terug op mijn leven en het was 1 rampenscenario op elk gebied. Oh nee, het leven is nooit lief voor ons geweest en waarom moet ik dan nog de strijdbijl opnemen. Ik ben alleen nog maar moe, doodmoe. Neem mijn dierbare zus van mij weg en mijn hart wordt voorgoed uit mijn lijf gerukt. Ik kon altijd weer een horizon zien aan de verte, maar nu niet meer. Het leven bestaat uit oogappels en stiefkinderen en behoor je tot de eerste categorie, dan mag je in je handen klappen.